Romania English Netherlands

Gouden Kosonen

In 1911 heeft de Duitse onderzoeker Max von Bahrfeld als eerste een wetenschappelijke studie verricht, waarbij hij deze gouden munten aan de Daciërs toeschreef en ze klassificeerde in één enkel type, met twee subtypes, afhankelijk van de aanwezigheid of afwezigheid van het monogram op de voorzijde.

(bron: Ponterio & Associates, augustus 2013 Chicago ANA World’s Fair of Money, 13 augustus 2013, no. 11050)

Het munttype is in detail of in algemene termen beschreven door talloze onderzoekers. Misschien is de meest synthetische beschrijving de volgende:

”Alle tot nu toe bekende munten behoren tot één enkel type, echter met kleine varianten. Op een van de zijden, die door alle specialisten als de voorzijde van de munten wordt beschouwd, is een Romeinse consul afgebeeld tussen twee lictoren, naar links bewegend; eronder staat in de afsnede de Griekse inscriptie KOΣΩN, en op het veld links, voor de eerste lictor, een monogram ; rondom een geparelde cirkel.

Op de keerzijde is een adelaar met geopende vleugels afgebeeld, in profiel naar links, hij zit met een poot op een scepter en houdt een krans in zijn klauwen; rondom een geparelde cirkel”

C. Preda, Monedele geto-dacilor[De munten van de Geto-Daciërs], p. 353.

De voorzijde vertoont gelijkenis met de keerzijde van een republikeinse Romeinse denarius uitgegeven in 54 v.Chr. voor M. Iunius Brutus: vier personen die naar links bewegen een accensus die de weg bereidt voor een consul die aan weerszijden wordt geflankeerd door een lictor. Op de voorzijde van de kosonen komen we slecht drie personen tegen, terwijl de heraut (de eerste persoon links) ontbreekt.

(bron: koson: Ponterio & Associates, augustus 2013 Chicago ANA World’s Fair of Money, 13 augustus 2013, no. 11050; denarius Iunius Brutus: Ponterio & Associates, augustus 2014 Chicago ANA auction, 5 augustus 2014, no. 30183)

De keerzijde van de munten van het type koson is ook geïnspireerd door een republikeinse Romeinse denarius van Q. Pomponius Rufus, uit het jaar 70 v.Chr. Op het Romeinse origineel was een adelaar met geopende vleugels te zien, naar links gericht, de kop naar rechts, die in zijn rechterpoot een lauerkrans vasthoudt en met zijn linkerpoot op een scepter leunt. Het verschil tussen de keerzijde van de kosonen en die van de Romeinese denarii bestaat erin dat op de Dacische gouden munten de adelaar zijn kop naar links houdt, terwijl de letters en symbolen op de Romeinse denarii ook zijn weggelaten.

(bron: koson: Ponterio & Associates, augustus 2013 Chicago ANA World’s Fair of Money, 13 augustus 2013, no. 11050; denarius Pomponius Rufus: Nomos, 1, 6 mei 2009, no. 133)

Over de adelaar op de munten is geschreven dat hij op verschillende manieren is weergegeven:

”I. Delicate adelaar – uitgevoerd in verzorgde stijl, met fijne details bij het weergeven van de verentooi en het lijf; de slanke nek, gebogen naar de kroon, ondersteunt een kleine kop, met een korte, scherpe snavel; onder de poot een pareltje. De tekening van de harmonieuze lijnen vertoont een adelaar die een kalme en serene grootsheid uitbeeldt.

II. Massieve adelaar – met een stram voorkomen, korte nek, kop in reliëf en ”adelaarsbek”; de verentooi is weergegeven met reeksen bolletjes, terwijl de rechtervleugel tegen de krans aan ligt. Opmerkelijk zijn de sterke klauwen, die het woeste voorkomen van de adelaar benadrukken.

III. Hoge adelaar – met lange, sterke nek, ”adelaarsbek” en lange vleugels; in de rechterpoot houdt hij een ovale krans. De adelaar kijkt niet naar de krans, maar heeft zijn kop omhoog gericht; vanaf de poot van de adelaar loopt een schuine streng bolletjes, dikwijls verdoezeld. De afbeelding is vervaardigd in een sobere en tamelijk schematische stijl.

IV. Lage adelaar – echter met een robuustere bouw, die in zijn rechterpoot een ronde krans houdt versierd met pareltjes; onder de scepter – een pareltje.”

Carmen Maria Petolescu, Monedele regelui Coson, [De munten van koning Coson], Boekarest, 2011, p. 79.

Wat het opschrift van deze munten betreft, dat luidt KOΣΩN, in Griekse letters geschreven, in transliteratie KOSON of COSON. De betekenis van dit woord is nog onbekend, maar er zijn tot nu toe meerdere hypothesen voorgesteld: een eigennaam, in de eerste naamval, van de degene die de munt heeft uitgegeven (de koning) of zelfs een gewone naam (misschien afgekort). In de klassiek Getisch-Dacische beschaving was de Griekse taal bekend bij de elite, die het Grieks ook gebruikte als diplomatieke taal.

De aanwezigheid of afwezigheid van de monogrammen op de voorzijde vormde een criterium om één enkel type te onderverdelen in twee subtypes.

Aan het begin van de jaren 2000 werd ervan uitgegaan dat:

”(…) de serie munten met monogram. In het kader hiervan bestaat de meerderheid uit exemplaren waarop een monogram voorkomt dat is samengesteld uit de letters A, B, P, H, O. (…) Een tweede categorie vormt een beperktere groep exemplaren, waarop we een eenvoudiger monogram tegenkomen, bestaande uit de letter B, met een korte schreef aan de onderkant.”

Bron: Carmen Maria Petolescu Monedele regelui Coson [De munten van koning Coson], p. 4.

Dat idee is vervolgens weer opgepakt:

”Voor de keerzijde onderscheiden we 2 varianten, die met name verschillen in het monogram en in de afwijkende weergave van de fasces. Aldus:

Variant I (keerzijde) omvat de munten die een monogram hebben dat is samengesteld uit meerdere letters (we onderscheiden A, B, P, H, O), terwijl de fasces zijn weergegeven zonder bijl. Deze keerzijdevariant is altijd gekoppeld aan de eerste voorzijdevariant, dat wil zeggen de delicate adelaar.

Variant II (keerzijde) omvat de munten die een eenvoudiger monogram hebben, bestaande uit de letter B met een korte schreef aan de onderkant, of, volgens sommige auteurs, de letters BA. Dit monogram, samen met de naam in de afsnede, vastgesteld door Bahrfeldt, zou gelezen moeten worden als Βα(σιλεύς) ΚΟΣΩΝ. De door de Bahrfeldt voorgestelde ontcijfering is overgenomen door Octavian Iliescu, die preciseert dat dit de enige exacte lezing is. Deze keerzijdevariant komt men tegen op de overige drie voorzijdevarianten – die met de massieve adelaar, hoge adelaar, lage adelaar.”

Carmen Maria Petolescu, Monedele regelui Coson, [De munten van koning Coson], Boekarest, 2011, p. 79-80.

Verder is er aangevoerd dat:

”Naar onze mening, zelfs als er geen verband bestaat tussen de twee groepen stempels, kan er niet worden gesproken van verschillende stijlen van graveren, zoals er niet kan worden gesproken van twee verschillende monogrammen. In beide gevallen hebben we te maken met de letters B en A”

Mihai Dima, Dan Ilie, Tezaurul de monede de tip KOSON descoperit la Târsa, com. Boșorod, jud. Hunedoara. Lotul păstrat la Banca Națională a României,, [De goudschat met munten van het type KOSON ontdekt in Târsa, gem. Boșorod, distr. Hunedoara. De exemplaren die worden bewaard in de Nationale Bank van Roemenie], in ”Simpozion de Numismatică, organizat cu ocazia comemorării Sfântului Ștefan cel Mare, domn al Moldovei (1504-2004) [Symposium voor Numismatiek, georganiseerd ter gelegenheid van de herdenking van Sint-Stefan de Grote, vorst van Moldavië], Chișinău, 29 september-2 oktober 2004”, Boekarest, 2007, p. 39.

Andere theorieën, zoals de lezing van O L B (Olbia) of dat hiermee de naam van Brutus zou zijn weergegeven, zijn onzeker.

Er is opgemerkt dat de muntstukken zonder monogram een soberder stijl hebben dan de munten met monogram, wat aangeeft dat ze op twee verschillende momenten of door twee verschillende graveerders zijn vervaardigd.

Koson zonder monogram (bron: Teutoburger Münzauktion, 77, 6 september 2013, nr. 1003)
Koson met monogram (bron: Ponterio & Associates, augustus 2013 Chicago ANA World’s Fair of Money, 13 augustus 2013, no. 11050)